Blog

Een Samentuin moet van onderuit groeien

Projectcoördinator Lieven David en directeur Jan Vannoppen - Velt vzw

“Een Samentuin moet van onderuit groeien”

Mensen samen laten ecotuinieren klinkt eenvoudiger dan het is: samen beslissingen nemen, percelen verdelen, taken en engagementen opnemen. Tegelijk moeten educatie en begeleiding de ecologische insteek verzekeren. Een Samentuin staat voor de toekomst van collectief tuinieren in Vlaanderen: “‘Samentuin’ bekt beter dan ‘ecologische volkstuin’, maar het dekt de lading wel.”

Heeft Velt vzw het concept Samentuinen zelf ontwikkeld?

“Uniek is het idee niet: in pakweg de VS wordt al langer ecologisch en sociaal getuinierd. Toch denken we dat we pionierswerk verricht hebben. In 2006 startten we samen met de Truiense intercommunale Intercompost een Dulomi (Duurzaam, Lokaal, Milieu)-project. Intercompost verzamelde composteerbaar tuinafval en deed een beroep op Velt vzw om twee groepstuinen aan te leggen, als pilootproject op twee Limburgse locaties. Daar konden we accenten leggen die fundamenteel verschillen van volkstuinen, waar het idee is: je neemt een perceel en geeft iedereen een stukje waarop iedereen zijn zin doet. In een Samentuin is het groepsaspect belangrijk. Na een jaar of twee is zo’n groep zelfredzaam en duurzaam.”

“Na een jaar of twee is een
groep zelfredzaam en duurzaam”

Kwam er een vervolg op dat pilootproject?

“Het Dulomi-project was een succes en er werden gesprekken aangeknoopt met de provincie en intercommunale om het op een tiental andere plaatsen in Limburg verder te zetten. Er werd een joint venture opgericht met de provincie en Limburg.net onder de naam Limburg Eco.logisch. De steun van die provinciale overheden en fondsen was een flink voordeel.”

Is er ook buiten Limburg animo voor Samentuinen? Hoe verspreidt het idee zich verder?

“Ondertussen lopen er verschillende projecten in verschillende provincies, maar meteen bleek ook dat het kostenplaatje voor veel gemeenten buiten Limburg, waar geen provinciale steun is, een drempel blijft. We schakelen daar vrijwilligers in voor de begeleiding. In tegenstelling tot professionelen zijn die ook meer lokaal verankerd en onderling verbonden in een netwerk. Hun kennis delen ze ook gewoon via de website. Geloof en steun vanuit lokale of provinciale overheden is erg belangrijk. Veel gemeenten willen niet mee om financiële redenen of omdat ze het idee niet zien zitten. Bij overheden zie je soms ook vreemde redeneringen. Zo moet ecologisch tuinieren gratis zijn, terwijl voor een parkje vlot duizenden euro’s worden uitgetrokken. Niettemin zien we stilaan meer overheidsinteresse. Zo heeft het kabinet Peeters (Plattelandsbeleid) 300.000 euro vrijgemaakt voor het oprichten van volkstuinen. Niet ecologisch, maar de criteria omvatten elementen van onze aanpak.”

“Geloof en steun vanuit lokale of
provinciale overheden is erg belangrijk”

“We winnen dus veld – ook omdat we ondertussen erg systematisch tewerk gaan. Dat moét om de norm te kunnen bepalen. Onze aanpak staat haarfijn uitgelegd op de site. We hebben een recept, zeg maar. Zeker als je bedenkt dat de oorspronkelijke bedoeling enkel was om een handleiding te schrijven. Ons recept begon vooral te groeien vanaf het moment dat ook tuiniers buiten Limburg belangstelling begonnen te krijgen. Die groei is nog lang niet aan zijn einde. De praktijkbegeleiders zélf creëren steeds meer vraag. Bijvoorbeeld Argus, het milieupunt van KBC en CERA maakt ons aanbod nu bekend bij alle CERA-vennoten. Nog een voorbeeld: tijdens de opleiding van onze praktijkbegeleiders is de vijfde dag een trefdag waar veel partners op af komen. We vragen ons stilaan zelfs af waar het heenleidt, en of we het blijven aankunnen.”

“We hebben een recept”

Wat waren naast het partnerschap met provincie en de intercommunales nog belangrijke factoren voor jullie groei?

“De manier waarop we ons technisch en op groepsdynamisch vlak geprofessionaliseerd hebben. We zijn organisch gegroeid: los van de vraag van gemeenten, maar wel gestructureerd, met een managementaanpak en een bewegingsdienst met een socio-culturele aanpak die dingen in beweging brengt. We hebben heel wat aandacht besteed aan pr. Zo zijn we uitgegroeid van één professional naar een bijna fulltime operationeel team. De toonmomenten zijn ook erg belangrijk. De Dulomi-projecten werden voorgesteld aan Limburgse ambtenaren via de intercommunales die uitpakten met ‘hun’ project, maar wij hadden wel de brochure geschreven. Wij modereren ook infosessies waar die ambtenaren aanwezig zijn. En vorig jaar organiseerden we een busreis om de projecten in Vlaams-Brabant en Limburg te bezoeken.”

“We zijn gestructureerd,
met een managementaanpak
en een bewegingsdienst”

Wat brengt mensen ertoe om aan Samentuinen te beginnen?

“Het publiek is divers: dat gaat van mensen die professioneel met groepsmanagement en ecologie bezig zijn tot would-be tuiniers die niet echt weten hoe het moet. Dat je grond kunt ‘krijgen’ speelt ook mee, net als het gezondheidsargument. Gezonde groenten van eigen kweek staan voor het verse, het zelfgekweekte, het authentieke in deze tijden van crisis. En mensen maken elkaar ook enthousiast.”

Realiseren jullie ook echt een mentaliteitsverandering? Valt die impact te meten?

“De streefcijfers – zoveel tuinen met zoveel deelnemers – bereiken we wel, maar we zien vooral dat mensen lid willen worden van Velt vzw. Dat betekent extra contacten, vorming … De media-aandacht zorgt ook voor nieuwe leden. Die beginnen daarom nog niet meteen te Samentuinen, maar bij wie instapt, merken we dat het hun leven in positieve zin beïnvloedt: kennis opbouwen en uitwisselen, sociale contacten, educatie ... “

Is het moeilijk om nieuwe gronden te vinden voor Samentuinen?

“Ja, vaak gaat het om tijdelijke restjes in de ruimtelijke ordening. Het liefst werken we met drie- of vierjarige contracten. Interessant is dat mensen plots kunnen beschikken over een stukje grond, een bloeiende Samentuin. Geweldig voor een sociaal netwerk, want de buurt vindt het ook leuk: denk maar aan de tuinfeesten. Het is een opwaardering van de locatie en vallen verhalen te vertellen. En iemand die zelfgeteelde, gezonde sla op tafel zet: dat is een gloriemoment, hoor.”

Samen creëren en naar een consensus toewerken, zijn elementen van cocreatie. Is dat sinds de start een basiselement?

“Je zet mensen aan tot engagement, maar dat mag hen niet afschrikken. Daarom benadrukken we dat een Samentuin echt iets van henzelf is. Dat eigenaarschap moet absoluut lokaal blijven, net als het initiatief voor een Samentuin van onderuit moet komen. Mensen zijn mee verantwoordelijk voor het geheel. Die gedachte staat ook centraal in onze begeleiding. Daartoe zorgen we voor technische ondersteuning, samen met de partners, afvalintercommunales, provincie, gemeente, groep en buurt. De hele groep krijgt een seizoen lang een lessenreeks waarbij ze al doende ontwikkelen ‘hun’ tuin uitbouwen. Ze krijgen kennis mee en er ontstaat een consensus: zo gaan we het doen, dit is onze manier van tuinieren. Het woord cocreatie dekt de lading dus wel. Zeker tien procent van de taken zijn collectief. Peer teaching is daarbij erg belangrijk: mensen steken informeel enorm veel van elkaar op, het is een participatief proces. We merken dan ook dat de parate kennis rond ecologie stijgt. En groenten kun je eten, dus het resultaat van alle inspanningen is dus heel tastbaar.”

“Mensen steken informeel enorm
veel van elkaar op,
het is een participatief proces”

En jullie rol daarbij is dat jullie die vraag van onderuit faciliteren?

“Ja, maar meesturen doen we ook graag – of minstens begeleiden. We zijn mediatoren, eerder dan coördinatoren. Onze cursus voor tuiniers omvat bijvoorbeeld ook een reglement en praktische afspraken. Onze plaatselijk praktijkbegeleider neemt die theoretische begeleiding binnenkort over – hij wordt freelance beroeps. En via onze netwerken zijn lerende netwerken. We zijn aanspreekbaar. In succesvolle groepen staan er vaak snel mensen op die hun eigen rol willen spelen. Die houden de groep samen.”

Samentuinen draagt bij tot sociale verandering?

“Maatschappelijk verandert er zeker iets. Vlaanderen verstedelijkt en meer groen nodig. In het bredere verhaal rond stadslandbouw kunnen wij een rol spelen: mensen willen dat echt in de vingers krijgen. En dan leg je via ecotuinieren meteen de link met heel veel andere maatschappelijke noden: jongerenopvoeding of de strijd tegen obesitas en diabetes zijn daar maar enkele voorbeelden van.”