Nieuws

Winst maken dankzij maatschappelijke waardecreatie

In het kader van ons Kwinta-ambassadeurschap, organiseren we op 10 februari een inspiratieavond rond nieuwe business modellen. Kennismanager Caroline Godts vertelt in een interview voor Kwinta alvast wat sociale business modellen in de praktijk kunnen betekenen. 
 

Even situeren: een nieuwe generatie transactiemodellen wint veld op basis van wat de Nederlands hoogleraar Duurzaam Ondernemen Jan Jonker in zijn boek Nieuwe Businessmodellen ‘wederkerige waardecreatie’ noemt. Vanuit een economisch model geef je iets terug aan de maatschappij. En precies ‘iets teruggeven’ ligt aan de basis van waardecreatie. Leg eens uit?

Caroline Godts: “Met de Sociale Innovatiefabriek gaven we onlangs een workshop over sociale businessmodellen. De deelnemers waren innovatoren – die er logischerwijze volop mee bezig zijn – en voor het eerst ook een breder publiek. Daaruit blijkt maar weer dat maatschappelijke meerwaarde een vast onderdeel begint te worden van de missie en de visie van start-ups, maar ook van gevestigde bedrijven.

Vaak merk je dat mensen toch nog verrast zijn hoe divers de mogelijkheden van sociale businessmodellen zijn en hoe sterk je een maatschappelijk doelstelling kunt integreren in je organisatie terwijl je toch winst maakt. Je hoeft niet te kiezen tussen winst of maatschappelijke impact.”

Heb je de indruk dat ‘winst maken’ toch essentieel blijft of zelfs nog meer wordt? Subsidies komen op de helling te staan voor heel wat sociale projecten en voor ‘gewone’ ondernemers is het vaak knokken om het hoofd boven water te houden...

“Veel initiatieven zijn op élk vlak winstgevend. Heel wat startende ondernemers zijn een sociaal businessmodel op punt aan het stellen. Anderen zitten in een groeifase waarin naar meer evenwicht zoeken tussen de maatschappelijke en economische aspecten van hun activiteit. Nog andere zitten in de sociale economie en zijn hun activiteit aan het verbusinessen en schuiven op naar andere niches in de markt.

Neem het verhaal van Labeur vzw die met Recup & Design meubelen maken uit ecologische materialen die ze in een iets hogere niche willen neerzetten. Dan heb je degelijke meubels nodig, en daarom wilde Labeur sterke professionals op de werkvloer. Mensen uit het commerciële circuit werken er nu naast en met sociaal assistenten. Het bracht een hele nieuwe dynamiek met zich mee. De kwaliteit nam enorm toe – net als de sfeer op de werkvloer!

Mensen professionaliseren in hun vakgebied hoeft niet haaks te staan op een maatschappelijke doelstelling! Het bio-vegetarische restaurant Lekker Gec in Gent was als ‘werkplaats’ die ervoor koos om met artikel 60-ers te werken ook een onderdeel van de sociale economie.

Zij hebben er een werknemerscoöperatie van gemaakt: werknemers kunnen dus aandelen kopen. Zo ga je een heel andere relatie aan met je werknemers. Je hebt andere opleiding en omkadering nodig, want medewerkers beslissen plots mee over hoe het verder moet met het bedrijf.”

“Allemaal erg diverse contexten dus. Wat al die initiatieven wél gemeen hebben, is dat ze vertrokken vanuit een maatschappelijke visie, niet vanuit het opzetten van een business waarna ze wel ‘even’ zouden kijken welke maatschappelijke meerwaarde ermee gerealiseerd kon worden.”

Gebeurt dat dan helemaal nooit?

“Nee, ik heb de indruk dat ook wie nog zoekt naar een businessmodel inziet dat focussen op maatschappelijke impact ervoor zorgt dat je een aanbod kunt creëren dat je vervolgens vermarkt. En dat is de juiste volgorde!”

Zoals De Stuyverij doet, een buurthuis annex seminarieruimte… maar wat was er eerst?

“Het ligt wat subtieler. De Stuyverij is een particulier initiatief van twee jonge consultants van wie er een haar job opzegde om zich er voltijds aan te kunnen wijden. Het is eigenlijk een Buurthuis 2.0: een nieuw soort buurthuis als een uitvergroot huishouden, waar mensen samen komen en elkaar vinden om de keukentafel.

De visie erachter is dat sommige mensen wel wat geld hebben, maar weinig tijd, en anderen hebben dan weer minder middelen maar wel tijd. Zorgen dat die elkaar vinden en verder helpen om een warmere en solidaire samenleving te creëren, is zowat het idee achter De Stuyverij.

Op woensdag- en vrijdagnamiddag kan je er deelnemen aan een knutselnamiddag, een koffietje drinken, meewerken in de moestuin… Op zaterdagavonden zijn er workshops voor en door de buurtbewoners. Het sociale restaurant zorgt ook voor inkomsten. Dankzij de focus op families wordt het terrein af en toe gehuurd voor familiefeesten – en dat gebeurt nu vaker dan de evenementen voor bedrijven en organisaties waar éérst op gemikt werd. Het hele succes werd mogelijk omdat de maatschappelijke uitdaging vóór ging. Die bracht de hefbomen mee om een economische activiteit te ontwikkelen.”

Worden ze gesubsidieerd of op een andere manier ondersteund?

“Via de Sociale InnovatieFabriek kwam er cofinanciering door het IWT om een haalbaarheidsstudie uit te voeren over rendabiliteit en opschalingsmogelijkheden. Verder is De Stuyverij zelfbedruipend. Het model nu verder verspreiden via een franchisingsysteem is de volgende stap. Mooi is ook dat zo’n divers publiek bereikt wordt – veel diverser dan een buurthuis normaal doet. Er is interactie tussen heel veel bevolkingslagen.”

Spelen ecologie en duurzaamheid een belangrijke rol binnen sociale businessmodelling? Ik denk dan bijvoorbeeld aan Fairphone…

“Die passen zeker in het plaatje, omdat zij erin slagen om een eerlijke productieketen op te zetten. Ze stellen productiesystemen kritisch in vraag en gebruiken een telefoon om het concreet te maken. De start was een prefinancieringsmodel waarbij mensen op voorhand intekenen om een Fairphone te bestellen. Met dat geld konden ze op zoek gaan naar ‘conflictvrije’ grondstoffen en leveranciers.

Aan het einde van de rit ontstond zo de Fairphone, het resultaat van heel wat sociaal-maatschappelijke en economische uitdagingen. De mijnen waar de grondstoffen gewonnen worden, zijn vaak niet erg florissant, met alle milieuproblemen die daarbij horen.”

Wat is de meest voorkomende juridische vorm van organisaties met een sociaal businessmodel?

“Moeilijk te zeggen. Het idee leeft dat wanneer je sociaal onderneemt, dat in de vorm van een coöperatie moet. Dat is lang niet altijd zo. De Landgenoten - die collectief landbouwgrond aankopen voor duurzame landbouw - heeft twee juridische vormen: een coöperatieve en een stichting. Streetwize is een vzw en een coöperatieve.

De juridische vorm moet vooral volgen wat er in de realiteit gebeurt. Je kan om het even welke ondernemingsvorm aannemen – ook als bvba of nv – en daar een sociaal oogmerk aan toevoegen (so). Die vorm bestaat sinds de jaren ’90. Sociale businessmodelstructuren kunnen ook betekenen dat je niet enkel aandeelhouders in het bestuur hebt, maar ook bijvoorbeeld klanten of mensen uit de doelgroepen.

Een cvba-so beperkt ook de winstuitkering aan aandeelhouders tot 6 procent. Dat zijn modellen die we echt wel nodig hebben in onze economie – om er een reële in plaats van een financiële economie van te maken.”

Wat is de link tussen sociaal innovatoren en sociale businessmodellen?

“Het juiste businessmodel is altijd de eerste zorg. Gaan we het risico spreiden over verschillende inkomstenbronnen? Vragen we subsidies aan die we aanvullen door eigen inkomsten? Iedereen die met sociale innovatie bezig is, staat daar bij stil. In de begeleiding die de Sociale InnovatieFabriek aanbiedt, komt de vraag naar een businessmodel altijd naar boven. Die vraag beantwoorden we door onze versterkingssessies, via one-op-one begeleiding dus.

Maar we werken ook samen met Agentschap Ondernemen en HoGent om een tool te ontwikkelen rond sociale businessmodellen. Tijdens groepssessies kunnen mensen elkaar verder helpen om aan de slag te gaan met hun ideeën. Daarnaast organiseren we met Kwinta op 10 februari een infoavond over nieuwe businessmodellen, in samenwerking met Jan Jonker.”

Zijn de geijkte businessopleidingen als Vlerick en de mainstream bedrijfswereld al mee met social business modelling?

“Het is natuurlijk een stap verder dan duurzaam of maatschappelijk verantwoord ondernemen en het let’s contain the negatives in our company waarin de meeste businessmodellen –en opleidingen nog vastzitten. Gaan kijken waar je netto positieve impact kunt creëren is nog iets heel anders. Maar precies dat is wel de insteek van sociaal ondernemerschap.

In de bedrijfswereld komt stilaan het shared value model op, waarbij de kernactiviteiten van het bedrijf in kaart gebracht worden en gekeken wordt waar positieve impact kan ontstaan. Dat vergt een erg kritische reflectie van bedrijven en gaat verder het plakken van ISO-milieunormen op het productieproces zonder al te veel aan de core business te raken. Shared Value brengt echt de impact van je product aan het licht. Dat is veel ingrijpender.

Economischer gericht is Bottom of the pyramid, waarbij bedrijven zich gaan realiseren dat ze op mondiaal vlak maar een kleine middenlaag bedienen. De producten of diensten aanpassen, zodat ook de onderlaag ze zich kan veroorloven, is dan een stap in social business modelling. Vodaphone dat samen met een bank overschrijvingen per sms mogelijk maakt in Afrika is er een voorbeeld van.”

Nog een paar inspirerende cases in Vlaanderen?

“De hele opzet van onze nieuwe tool is om innovatoren zelf aan de slag te laten gaan binnen een sociaal businessmodel. Een goed voorbeeld is de stadslandbouw van RoofFood. De initiatiefneemster wilde werken aan een leefbare stad én een kleinere ecologische voetafdruk. Ze besloot er zelf iets aan te doen door een dakmoestuin op te zetten en daar lekkere maaltijden uit te bereiden.

Bedrijfsproces en infrastructuur zijn helemaal aangepast aan de boodschap. Daardoor dragen ze rechtstreeks bij tot een leefbare stad. Zo breng je je hele juridische en operationele structuur mooi in lijn met je maatschappelijke doelstellingen. Alles klopt, al je radertjes werken toe naar je sociale businessconcept.

Nog eentje? Fitnessketen FitClass wil een veel breder publiek bereiken dan het traditionele fitnesspubliek. Ze installeren gratis fitnessruimtes in scholen en bereiken zo scholieren, ouderen, leerkrachten… Mensen krijgen een fysieke analyse en bewegingsadvies en voelen zich daar comfortabel bij - ze blijven aan boord. Het verhaal houdt steek én is winstgevend.

Cambio is zeker ook een werkbaar rolmodel. Met deze en andere vormen van autodelen ligt natuurlijk het gevaar op de loer dat mensen juist gestimuleerd om méér de auto te gebruiken. Businessmodellen moeten dan ook permanent geëvalueerd worden, want de impact van je activiteit kan evolueren onder onder invloed van externe omstandigheden. De juiste lijn bewaken – en positieve maatschappelijk impact blijven genereren – is dan erg belangrijk.”

Hoe zie je social business modelling verder evolueren?

“Ik denk dat dit gewoon dé manier is om nieuwe business te gaan ontwikkelen. Er zullen natuurlijk nog altijd puur economisch gebaseerde bedrijven worden opgericht, maar daar is het best moeilijk om achteraf nog in te innoveren. Ik hoop dat dit hét businessmodel van de toekomst wordt en dat het nergens nog lacherig afgedaan wordt als ‘iets voor wilde weldoeners die een businessmodel rond hun hobby willen creëren’.”

Interview: Wieland De Hoon