Sociaal aankopen als hefboom voor systeemverandering: wat PROSECO in beweging zet
24/02/2026
Sociaal aankopen is geen randverhaal, maar een krachtige hefboom voor inclusieve tewerkstelling, sterke lokale gemeenschappen en een duurzame transitie. Toch blijft het potentieel van aankopen vandaag grotendeels onbenut. In dit interview duiken we met projectverantwoordelijke Sien Raskin in de eerste inzichten uit het Europese PROSECO-project: waarom sociaal aankopen nog niet structureel doorbreekt, waar de drempels zitten, wat er vandaag al bestaat én hoe het anders kan.
Sien Raskin bouwt al 18 jaar aan een inclusieve arbeidsmarkt. Na zes jaar bij het Gespecialiseerd Team Bemiddeling (GTB), waar ze mensen met een arbeidsbeperking naar duurzaam werk begeleidde, werkt ze sinds twaalf jaar als adviseur sociale economie bij het provinciebestuur van Vlaams‑Brabant. Ze focust daarbij op drie pijlers: promotie van de mogelijkheden van sociale‑economiebedrijven, community building en matchmaking van bedrijven en lokale besturen met sociale‑economiespelers, en financiële ondersteuning van projecten rond sociaal ondernemen.
Sinds mei 2025 is ze projectcoördinator van het PROSECO‑project, waar ze sociaal aankopen verankert als extra beleidsaccent binnen de provincie. Met haar ambitie om sociaal aankopen en inclusief ondernemen de norm te maken, is ze een gedreven ambassadeur van de sociale economie.
Wat is de kernmissie van het PROSECO project en waarom was dit initiatief nodig op Europees niveau?
De kernmissie van PROSECO is helder: sociaal aankopen structureel versterken bij zowel overheden als bedrijven. Het project vertrekt vanuit de realiteit dat heel wat mensen nog steeds uit de reguliere arbeidsmarkt vallen. Sociale-economiebedrijven bieden hen kansen, en via sociaal aankopen kunnen we die kansen vergroten door meer opdrachten richting sociale ondernemingen te sturen. Het is een hefboom om bestaande budgetten slimmer in te zetten voor maatschappelijke impact.
Het initiatief was nodig omdat sociaal aankopen vandaag nog te weinig wordt benut. Onbekend is vaak onbemind: veel aankopers en bedrijven zien de mogelijkheden niet of durven ze niet volop te gebruiken. Terwijl het net een ‘verborgen superkracht’ is. Overheden kunnen hun aankoopbeleid strategisch inzetten om maatschappelijke doelstellingen rechtstreeks te realiseren, in plaats van daar subsidies voor te gebruiken. Een interessant uitgangspunt, zeker in tijden van budgettaire krapte. Bedrijven krijgen dan weer via Europese en internationale richtlijnen zoals CSRD en de SDG’s steeds meer verantwoordelijkheid, maar laten nog veel kansen liggen.
Op Europees niveau biedt PROSECO de kans om over grenzen heen te leren, wetgeving en praktijken te vergelijken en beleid te verbeteren. Als Interreg Europe-project mikt het expliciet op beleidsoptimalisatie en -verandering. Door regio’s, overheden en praktijkactoren samen te brengen, wil PROSECO niet alleen inspireren, maar ook concrete structurele veranderingen in gang zetten.
Sociaal aankopen is een hefboom om bestaande budgetten slimmer in te zetten voor maatschappelijke impact.
Uit het PROSECO-rapport blijkt de ‘Willing but Unable’ paradox: aankopers willen sociaal aankopen, maar kunnen het niet. Waar zit dat ‘niet kunnen’ precies in de Vlaamse praktijk?
Ik zie in de Vlaamse praktijk vooral dat het ‘niet kunnen’ te maken heeft met een gebrek aan kennis en continuïteit. Uit onze bevraging blijkt dat 45% zich onvoldoende vertrouwd voelt met sociaal aanbesteden. We hebben al succesvolle infosessies georganiseerd, met veel enthousiasme bij aankopers en beleidsmakers, maar één sessie volstaat niet. Als die kennis niet verankerd wordt in de organisatie, of als een belangrijke trekker de organisatie verlaat, dan verdwijnt vaak ook de expertise en de goodwill.
Daarnaast merk ik hoe belangrijk informele netwerken zijn. Dat is ook één van de inzichten uit het PROSECO-onderzoeksrapport. Aankopers leren liever van collega’s en praktijkvoorbeelden dan van een brochure of website. Lokale netwerken, provincies en regisseurs sociale economie spelen daarin een cruciale rol als katalysator.
En er is de complexiteit van de regelgeving. Overheden zijn gebonden aan de wet op overheidsopdrachten. Dit vraagt kennis bij hen over sociale clausules in overheidsopdrachten en de mogelijkheid om opdrachten deels of volledig voor te behouden voor sociale-economiebedrijven. Bedrijven opereren in een andere context en hanteren andere beoordelingscriteria. Dat verschil maakt dat beide groepen nood hebben aan gerichte ondersteuning op maat.
Hoe zie jij de rol van de regisseurs sociale economie?
De regisseurs sociale economie zijn een belangrijke schakel in het ecosysteem. Als medewerker bij een lokaal bestuur of intergemeentelijk samenwerkingsverband zijn ze perfect geplaatst. Ze hebben zicht op wie de aankopers zijn bij de verschillende gemeenten, succesvolle praktijken uit het werkveld en de noden die er leven. Dit maakt hen cruciale brugfiguren tussen lokale besturen, bedrijven en sociale economiebedrijven.
Tegelijk zitten we vandaag in een overgangsfase. De Vlaamse subsidies voor de regierol en de aanvullende lokale diensten zijn eind 2025 stopgezet, en vanaf 2026 krijgen lokale besturen meer autonomie om die middelen zelf in te vullen. Dat zorgt voor onzekerheid: sommige steden zullen sterk blijven inzetten op sociale economie, maar in andere regio’s is het nog afwachten welke keuzes gemaakt worden. De impact van een regisseur hangt dus sterk af van de lokale context én van de persoonlijke drive.
Waar een geëngageerde regisseur actief is, kunnen we samen veel impact maken. Vanuit de provincie blijven we dan ook de regisseurs sociale economie betrekken in onze acties zodat we samen lokale netwerken kunnen versterken om sociaal aankopen concreet mogelijk te maken.
We horen je zeggen dat er nood is aan ondersteuning voor sociaal aankopers. Welke ondersteuning bestaat er wel al in Vlaanderen voor hen?
In Vlaanderen bestaat er vandaag al ondersteuning voor sociaal aankopers, maar ze is versnipperd. Er is niet één centraal platform of helpdesk waar je als aankoper terechtkan met al je vragen. Zo ontwikkelde de Vlaamse overheid enkele jaren geleden een praktijkgids rond sociaal aankopen. Die is wat gedateerd, maar inhoudelijk nog steeds relevant omdat de wetgeving niet fundamenteel veranderd is.
Daarnaast is er doeners.be, een belangrijk platform voor marktverkenning. Zowel overheden als bedrijven vinden er leveranciers uit de sociale economie en kunnen via het contactformulier en het prikbord ook vragen stellen. Deze functie is een belangrijke troef van het platform, omdat we daardoor elke vraag kunnen opvangen. Ook opdrachten die volledig nieuw zijn voor sociale-economiebedrijven. Zij zijn immers heel flexibel en kunnen vaak snel inspelen op vragen op maat.
Ook de MVOO-criteria tool van de Vlaamse overheid is een sterk instrument. Die helpt overheden om duurzaamheidsclausules in hun aankoopproces te integreren en bevat al het artikel om een opdracht deels of volledig voor te behouden voor sociale economie. Daarnaast kan je als aankoper ook werken met sociale clausules in de selectie-, gunnings- of uitvoeringscriteria van je overheidsopdracht. Zulke sociale clausules kunnen de drempel om sociaal in te kopen lager leggen maar vandaag ontbreken ze echter nog in de MVOO-criteria tool. Het is alvast iets waar we via PROSECO ook op willen inzetten: voorbeelden van de verschillende toepassingen van sociale clausules in overheidsopdrachten bekend maken.
Kortom: er zijn al waardevolle tools, maar er is nood aan enerzijds het centraliseren en het toegankelijk maken van de beschikbare informatie. Anderzijds is er een contactpunt nodig dat de aankoper kan gidsen in het aankoopproces, onder andere met juridische ondersteuning. Dat is ook een ambitie waar vandaag op Vlaams niveau opnieuw beweging in zit, en dat stemt hoopvol.
Tot slot leert het PROSECO-onderzoeksrapport ons het belang om te investeren in informele netwerken, want het zijn net deze netwerken dat aankopers effectief in beweging zetten. Als provincie zijn we daar de perfecte katalysator om hogere en lagere overheden, aankopers en sociale-economiebedrijven samen te brengen.
We horen allemaal wel eens het vooroordeel dat sociale-economiebedrijven ‘te goedkoop’ of 'te duur' zouden zijn. Maar, ze zijn gewoon marktconform.
Prijs is nog vaak hét voornaamste criterium wanneer aankopers van overheden moeten beslissen. Daarbij kampen sociaal ondernemingen met vooroordelen. Hoe kijk jij naar prijs als criterium? Hoe kan het anders/beter?
Prijs blijft vandaag vaak het dominante criterium bij overheidsopdrachten en bedrijfsaankopen, al is deze benadering te eenzijdig. We horen allemaal wel eens het vooroordeel over sociale-economiebedrijven dat ze ‘te goedkoop’ of 'te duur' zouden zijn. Maar, ze zijn gewoon marktconform. Ja, ze krijgen subsidies, maar die dienen om begeleiding en rendementsverlies van hun medewerkers te compenseren. Het zijn net zo goed bedrijven die streven naar een gezond business model en een sterke omzet. Ze prijzen zichzelf niet uit de markt.
Wat we leren uit het PROSECO-onderzoeksrapport is bovendien dat er wel eens een andere drempel opspeelt dan gedacht. Het zijn soms de sociale ondernemingen die afhaken bij overheidsopdrachten. Deze vergen vaak voorfinanciering: intekenen op de procedure, garanties geven, facturen pas na levering van diensten... dit zijn kosten die zeker kleinere bedrijven niet altijd kunnen dragen.
Prijssetting is dus een belangrijk aspect, net als het feit dat we prijs niet als enige doorslaggevend criterium mogen gebruiken. Overheden en bedrijven kunnen perfect sociale en duurzame gunningscriteria mee opnemen in hun beoordeling. Als je op voorhand helder communiceert dat sociale impact of duurzaamheid zwaar doorweegt in je beoordeling, dan creëer je een eerlijker speelveld. Er zijn al voorbeelden waar dat succesvol is toegepast.
Ik geloof dus dat we naar een geïntegreerde aanpak moeten evolueren: prijs blijft belangrijk, maar moet in balans staan met maatschappelijke waarde zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen. Sociale en duurzame impact mogen geen bijzaak zijn, maar een volwaardig criterium in het aankoopbeleid. Daar zit volgens mij de echte hefboom: aankopen die toch al op de planning staan, benutten om tegelijk andere strategische doelstellingen te realiseren.
Wanneer sociaal aankopen structureel doorbreekt, welke impact kan dat hebben op inclusieve tewerkstelling, lokale gemeenschappen en de duurzame transitie?
Als sociaal aankopen echt structureel doorbreekt, dan is de hefboom enorm. Hoe meer sociale ondernemingen betrokken zijn in kleine of grote opdrachten, hoe meer tewerkstellingskansen er gecreëerd worden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat betekent meer inclusieve tewerkstelling, meer integratie en sterkere lokale ecosystemen. Die impact op werk en inclusie spreekt eigenlijk voor zich.
Maar het gaat ook verder dan dat. Er is ook een sterke economische waarde. Uit een studie bleek dat 15% van de industrie samenwerkt met een maatwerkbedrijf. Sociale-economiebedrijven versterken net het economische weefsel. Als je je dan nog eens bedenkt dat een maatwerkbedrijf dezer dagen niet moet onderdoen op vlak van hightech, weet je dat ze een volwaardige partner zijn binnen de innovatieve kenniseconomie die Vlaams-Brabant eigen is. Dat bewijst een samenwerking van IMEC met een maatwerkbedrijf. En VOKA Vlaams-Brabant begeleidt bedrijven via het VOKA Charter Duurzaam Ondernemen, ook richting sociaal aankopen. Sociale en technologische innovatie kunnen perfect hand in hand gaan. Dat doorbreekt het beeld dat sociale economie iets ‘apart’ of minder ambitieus zou zijn.
Als sociaal aankopen structureel ingebed raakt in beleid en bedrijfsstrategie, dan wordt het een motor voor inclusie én duurzame transitie. Het is een onmisbaar instrument om bestaande budgetten slimmer in te zetten en maximaal te laten renderen. Daarom noem ik het graag een verborgen superkracht. Eén die na afloop van het PROSECO‑project hopelijk niet langer verborgen blijft. Dat is voor mij de echte hefboom: economische activiteit koppelen aan maatschappelijke waarde. En hoe meer we inspirerende voorbeelden zichtbaar maken, hoe sneller die beweging kan groeien.
Heb je nog een laatste tip?
Begin klein. Het hoeft soms niet zo groot te zijn: broodjes bestellen bij een sociale cateraar of je relatiegeschenken bestellen bij People Made. Daar kan je gewoon morgen al mee beginnen. Zo werk je bij jezelf en je collega’s aan het bewustzijn wat uiteindelijk kan leiden tot een grotere opdracht. Ga zeker eens kijken op doeners.be en ontdek de vele diensten die leveranciers uit de sociale economie je kunnen bieden!
Bedankt voor het interview!
Wil je mee betrokken zijn op het PROSECO project?
Sien heeft nog 1 zitje in de stakeholdersgroep voor mensen uit de bedrijfswereld. Stuur haar een mailtje als je interesse hebt.
Nuttige links:
- Info over het Proseco project
- Platform voor marktverkenning: Doeners.be
- MVOO criteria tool
- Praktijkgids sociaal aankopen Vlaamse Overheid
- Federale gids sociaal aankopen
- Coöperatie van sociale-economieorganisaties en arbeidszorgateliers in Vlaams-Brabant: People Made
Lees meer artikels over sociaal aankopen
Waarom sociaal aankopen nog niet doorbreekt en wat er aan te doen valt
Eind 2025 verscheen het eerste rapport van het PROSECO project met inzichten, uitdagingen en kansen voor het versterken van sociaal aankopen in acht Europese regio’s. We namen dit rapport voor je door en delen graag vijf aandachtspunten en kansen voor overheidsaankopers en beleidsmakers om meer sociaal aan te kopen.
Impact verkocht! Sociaal ondernemers in het vizier van aankopers
Leer hoe je als sociaal ondernemer succesvol inspeelt op aankoopprocedures om jouw impact zichtbaar én onweerstaanbaar te maken voor aankopers.
Aan de slag met sociaal inkopen
Naar aanleiding van World Sustainable Procurement Day zetten we sociaal inkopen in de verf. Ook wij verbinden mensen rond het thema. Op 5 maart nodigden we in samenwerking met The Shift stakeholders uit om uit te wisselen. Ontdek in dit artikel de vier uitdagingen om sociaal inkopen mogelijk te maken.
Meer artikels
Zet jouw sociale innovatie op BABELE: meer zichtbaarheid, samenwerking en steun
Goede sociale innovaties bestaan overal, maar ze blijven te vaak onder de radar, of naast elkaar werken zonder het te weten. Zet jouw sociale innovatie op BABELE en maak deel uit van de community.
Vijf marketingvalkuilen waar impactondernemers vaak in trappen
Marketing heeft een slechte naam bij impactondernemers. Toch is marketing een krachtige hefboom om je impact te vergroten. Samen met impactmarketeer en onderzoeker Nena Baeyens brengen we vijf marketingvalkuilen in kaart waar impactondernemers vaak in trappen.
Hoe Hal 5 Impact Track inzet om mee de toekomst van hun site te bepalen
Het meten van impact wordt steeds belangrijker, en toch heeft elke onderneming zijn eigen redenen. Die van Hal 5? Een sterk plan voor de definitieve invulling van Hal 5 opbouwen, én fier zijn op wat ze allemaal doen.