Ga verder naar de inhoud

Hoe kan sociale innovatie beter bloeien? 7 leerlessen

Tomas De Groote - 29/03/2022

Alles kan beter. Ook het ondersteunend ecosysteem rond sociale innovatie. Hoe kunnen we een vruchtbare bodem creëren, waarin sociale innovaties vlotter kunnen groeien en bloeien?

7 leerlessen web

We kennen heel wat veelbelovende sociaal innovaties. Aan het stuur zitten ondernemende en competente personen, het concept is straf en er wordt werk gemaakt van een solide organisatie. Toch blijkt het moeilijk om hun potentieel helemaal te ontplooien. Hoe dat komt? Omdat ze met heel wat drempels te kampen hebben: het ondersteunerssysteem is (nog) te weinig aangepast aan de groeinoden en het groeipad van sociale innovatie en er is nog groei nodig op het vlak van mindset.

Waar zitten de grootste drempels dan precies? Wat zijn de belangrijkste hefbomen die we moeten inzetten? Hoe kunnen we het ecosysteem vormgeven op zo’n manier dat het sociale innovatie maximale kansen geeft? Deze 7 leerlessen kwamen naar voor uit 30 diepte-interviews met sociaal innovatoren en ondersteuners én uit recente literatuur rond sociale innovatie. De gesprekken voerden we samen met ESF, onze partner in een actieonderzoek rond sociale innovatie.

1. Systeemverandering vraagt een andere visie op financiering

Er gaan vandaag best wat middelen naar innovatieve concepten en projecten. Deze innovaties hebben vaak ambities om maatschappelijke uitdagingen bij de wortels aan te pakken, en het systeem van binnenuit te veranderen. Alleen zijn de huidige financieringsmechanismen en - kaders niet echt aangepast om systeemverandering te ondersteunen. Waarom niet? Systeemverandering vraagt tijd, is complex en onzeker. Per definitie is het dan moeilijk om een dossier op te stellen met een nauwkeurig afgelijnd project en met meetbare resultaten die je op relatief korte termijn moet bereiken. Wat is er dan wel nodig?

  • Financiers – zowel private als publieke – die zélf ook een mindset hebben die gericht is op system change
  • Geen financiering voor projecten met vooraf vastgelegde output, maar wel voor mijlpalen op het groeipad van de innovaties naar de gewenste systeemverandering
  • Een gelijkwaardige relatie en open en eerlijk partnerschap tussen financier en innovator
  • Een engagement van de financier op langere termijn, zonder de druk om snel zichtbare resultaten te halen. Uiteraard leggen sociaal innovatoren ook verantwoording af, maar initieel vooral over het ontwikkelproces dat ze doormaken.
  • Financiers die samenwerken met elkaar, over de silo’s heen, en die aan het eind van de ondersteuningsperiode van een veelbelovend concept klaarstaan om vervolgsteun te bieden.

Als we met zijn allen focussen op het systeem, zullen we automatisch anders kijken naar de waarde en het potentieel van sociale innovatie.

7 leerlessen vervolg web

2. Veel mensen weten niet wat ‘sociale innovatie’ is en wat de meerwaarde is

Hoe vaak heb jij al moeten uitleggen wat sociale innovatie is? En welke uitleg geef je dan precies? Er circuleren verschillende definities van sociale innovatie, en ze zijn onderling best verschillend. Het pallet aan sociaal innovatieve oplossingen is bovendien erg breed, wat het nog moeilijker maakt om te verduidelijken wat nu een “typische” sociale innovatie is. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld “circulaire economie”, is dat laatste concept heel wat eenduidiger én een pak bekender bij het brede publiek.

Als we erin slagen om van sociale innovatie een sterk merk te maken, krijgen we meer draagvlak voor sociale innovatie. Nog te vaak kijken mensen naar sociale innovatie als “sympathieke projecten”, en onderschatten ze het systemische potentieel ervan. Sociale innovatie heeft een enorme meerwaarde voor de maatschappij. Tijd om dat potentieel aan te boren! Hoe we dat kunnen realiseren? Onder andere door het brede publiek vertrouwd te maken met iconische voorbeelden zoals de Stuyfplekken.

3. De overheid heeft een cruciale rol te spelen

Overheden – en dan spreken we over federale, regionale én lokale overheden – zijn cruciale partners om sociale innovatie te laten bloeien. Ze maken het beleid en kunnen belemmeringen voor sociale innovaties wegnemen, bijvoorbeeld in het juridische kader rond pakweg vrijwilligerswerk. En natuurlijk heeft de overheid ook middelen te besteden aan sociale innovatie.

Op verschillende beleidsniveaus en binnen verschillende domeinen zitten heel wat mensen die kennis hebben over sociale innovatie. Zij zien de kansen en de groeimarge om de rol van de overheid ten opzichte van sociale innovatie beter uit te spelen. De overheid kan zelf een voorbeeldrol opnemen, bijvoorbeeld met haar aankoopbeleid door pakweg een percentage van de uitgaven te besteden bij duurzame en sociale ondernemingen. Zo weten ze welke vorm de subsidiekaders het best krijgen, en hoe de overheid haar coachende rol kan opnemen, eventueel samen met andere spelers.

Met INO, het InnovatieNetwerk Overheid, is er nu ook een instantie die visie en kennis ontwikkelt en verspreidt rond innovatie.

7 leerlessen co productie web

4. Er is nog meer nood aan co-productie

De maatschappelijke uitdagingen zijn complex: we zullen ze samen moeten aanpakken. Daarom is er nood aan co-productie, of transdisciplinaire samenwerking. Bilateraal en multidiciplinair samenwerken doen we al. Alleen komen we zo niet altijd tot de meest impactvolle resultaten: soms gaat één partij met het intellectuele eigendom lopen, is er een hiërarchie tussen de partners, of is er geen gedeelde missie. Wat als we transdiciplinair zouden samenwerken? Zo’n samenwerking is gericht op co-productie, op het samen oplossen van een vraagstuk. Er is openheid en gelijkwaardigheid tussen alle partners. Het proces staat voorop, in plaats van een vooraf bepaald eindproduct. Dat proces kan (en zal) veranderen in de loop van de samenwerking, en alle stakeholders staan daarvoor open. Daar liggen nog heel wat kansen voor systemische sociale innovatie.

Een geslaagd voorbeeld van zo’n co-productie? Kijk naar wat buurtwerk ’t Lampeke in Leuven realiseerde samen met softwarebouwer Kunlabora. Samen ontwikkelden ze Mezuri, een toepassing om de impact van sociaal werk in kaart te brengen. Gezinsbegeleiders en gezinnen verzamelen bruikbare impactinformatie zonder dat hen dat te veel belast.

5. We hebben veel te leren van mislukkingen

Doen is het nieuwe denken. Want sociaal innoveren kan je alleen leren door in de arena te stappen en je innovatie in de wereld te zetten. Dat verandert natuurlijk het leerproces. We hebben veel te leren van elkaar, en in het bijzonder van elkaars mislukkingen. Er bestaan dan wel “Fuckup Nights”, maar eigenlijk willen we vooral uitpakken met onze successen. Da’s niet onlogisch, want we hebben geld nodig voor de innovatie, en we moeten die middelen achteraf ook kunnen verantwoorden. Toch kunnen we maar beter openstaan voor onze mislukkingen en de leerlessen die we eruit trekken. Want daar zitten veel leerkansen in, zowel voor innovatoren als voor ondersteuners.

6. Er is nood aan veilige experimenteerruimte

Innovatie is het resultaat van experiment. En zoals hierboven al duidelijk werd: er is in onze huidige cultuur weinig ruimte voor écht experiment. Sociaal innovatoren zouden baat hebben bij meer experimenteerruimte, waar ze risico’s kunnen nemen, kunnen leren uit succes en faalervaringen, én die lessen kunnen delen met anderen. Die nood heeft verschillende lagen:

  • Fysiek: er moet een plek zijn om samen te komen
  • Sociaal en psychologisch: er moet voldoende veiligheid en vertrouwen zijn tussen de deelnemers
  • Inhoudelijk en instrumenteel: er moet toegang zijn tot ondersteuning en expertise
  • Financieel en economisch moet er iets tegenover staan
  • Juridisch en politiek: ook op dat vlak is er openheid nodig

7. Innovatoren vinden moeilijk hun weg in de huidige financiële en niet-financiële ondersteuning

Er is heel wat ondersteuning voor sociaal ondernemerschap en sociale innovatie, zowel financieel als niet-financieel. Alleen vinden innovatoren niet makkelijk hun weg in het aanbod. Er zijn al heel wat waardevolle initiatieven om de informatie beter te ontsluiten. Maar ook daar kunnen we nog meer en beter samenwerken en alle initiatieven zichtbaarder maken.

What’s next?

De interviews waaruit we deze leerlessen destilleerden, kaderen binnen het actieonderzoek dat we samen met ESF samen uitvoeren, met de steun van het European Social Fund (ESF) en het European Programme for Employment and Social Innovation (EaSI). De tussentijdse resultaten van dit proces toetsten we ook af bij een klankbordgroep van innovatoren en ondersteuners uit het ecosysteem. Zij helpen om de inzichten vanuit literatuur en vanuit bestaande prakijken aan te vullen en te verdiepen.

Hoe gaan we hiermee verder? De drempels en de leerkansen begrijpen, was de eerste stap. Nu hebben we vier werksporen bepaald, waar we samen met de klankbordgroep aan werken. Meer daarover lees je binnenkort, in een volgende blog!

Wil je jouw kijk op deze leerlessen delen?

Wil je jouw schouders zetten onder de werksporen?

Afbeelding Tomas De Groote

Tomas De Groote

Kennismanager

Als impact-expert is Tomas de high impact man van de Sociale InnovatieFabriek. Hij stond mee aan de wieg van Impact Wizard, een online tool waarmee organisaties hun maatschappelijke impact kunnen meten en monitoren. Vandaag werkt hij onder andere aan een competentiecentrum rond sociale innovatie. Hij beantwoordt met veel plezier allerlei vragen van sociaal innovatoren en sociaal ondernemers rond impact, financieringsmix en schaalscenario’s.

Meer artikels

Impact Start Up Club SIF

Ontdek de eerste lichting van onze Impact Start-Up Club

28 april 2022

Zes maanden lang coacht de Sociale InnovatieFabriek deze start-ups met live sessies, inspiratiebezoeken, netwerkmomenten, peer-coaching en tools.

20220314 Radicale Vernieuwers 020 8673 LR

Dit zijn de Radicale Vernieuwers 2022

29 maart 2022

Van armoedebestrijding tot duurzaam shoppen, van groeiplekken voor jongeren tot klimaatpositieve koffie: dit zijn de Radicale Vernieuwers van 2022.

Inner Development Goals man met open armen klein

Ken jij de Inner Development Goals al?

27 oktober 2021

Impact maken doe je door verandering in de wereld te zetten. Maar hebben we wel alles in huis om impactvoller te werken?